Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opdat hij de anderen, en in die anderen zijn God, meer zou dienen. Uit dien hoofde veroordeelt het Calvinisme niet alleen alle slavernij en kasten-indeeling, maar even beslist alle bedekte slavernij van de vrouw of van den man; is het gekant tegen alle hiërarchie onder menschen; en duldt het geen andere aristocratie dan zulk eene, die persoonlijk of als geslacht een meerderheid in karakter of talent bij de gratie Gods kan toonen, en toont dit meerdere niet voor zich of eigen hoogheid te willen rooven, maar het voor God in Zijn wereld te willen besteden. Daarom moest het Calvinisme consekwent in de democratische opvatting van het leven zijn uitdrukking vinden; moest het de vrijheid der volkeren uitroepen; en kon het niet rusten eer van overheidswege en in het maatschappelijk leven, al wie mensch was, alleen omdat hij mensch was, d. i. als schepsel naar den beelde Gods geschapen, zou worden geëerd, geteld en gerekend » Hierin spreekt geen standsbenijding of een azen op het bezit van den rijke. Immers — eerst op God, en eerst daarna op den naaste te zien, was de aandrift, de stemming, de geestelijke usantie, waaraan het Calvinisme ingang schonk; en het is uit dit vromelijk eeren van de vreeze Gods, en het saam voor God staan, dat een heilige democratische zin zich ontwikkelde.

Mensch en mensch, voor wat het volstrekt menschelijke aanging, op voet van gelijkheid naast elkander te hebben geplaatst — hierin ziet Dr. Kuyper de altoos onvergankelijke eere, die aan het Calvinisme niet kan betwist worden. Maar hierin verschilde het van de gelijkheids-utopiën der Fransche revolutie, dat het in Parijs was: allen saam tegen God, hier: allen saam voor God neergeknield en brandende voor Zijn eere.

En wat nu betreft de verhouding tot de wereld, heeft het Calvinisme in den mensch het afschijnsel van Gods beeld en in de wereld zijn schepping geëerd. Aanstonds heeft het dit groot beginsel op den voorgrond gesteld, dat een ander de genade tot zaligheid was, en een ander de gemeene gratie, waardoor God het leven der wereld in stand hield. De kerk trad terug om niets meer, noch iets anders dan een vergadering der geloovigen te zijn; en het leven der wereld werd op elk terrein

Sluiten