Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuilt. Hier vraagt de strijd tusscben Gezag en Vrijheid de aandacht. Gezag in den absoluten zin van het woord, leert het Calvinisme, heeft geen enkel niensch uit zichzelf over den ander. Bij God alleen berust het gezag, de volle en eenige Souvereiniteit; en zoo vloeit dan ook alle gezag, ook het Overheidsgezag, eeniglijk af uit de Souvereiniteit Gods. Hieruit volgt van zelf, dat de Overheid moet worden geëerd en gehoorzaamd om Gods wil; maar ook, dat de Overheid is Gods dienaresse, regeerende alleen bij de gratie Gods In welken vorm die Overheid op te treden heeft, in een monarchalen of republikeinschen vorm, daarover laat de Schrift zich niet uit; zoodat dan ook Calvijn daaromtrent geen stelsel heeft geformuleerd. Doch in welken vorm de Overheid ook optreedt, steeds is zij van Godswege met gezag bekleed; en voor dat gezag heeft ieder te buigen.

Mits de Overheid blijve binnen de haar gestelde grenzen. Overschrijdt ze die en tast ze aan het gezag, dat God gelegd heeft op de onderscheidene kringen van het maatschappelijk leven, dan randt ze aan de Burgerlijke Vrijheden, waarop de calvinisten steeds tuk zijn geweest. Het Calvinisme belijdt dat er is tweeërlei souvereiniteit: die van den kring van den Staat en een «souvereiniteit in eigen kring». Een souvereiniteit dus voor den kring waarbinnen de bemoeiingen van de Overheid vallen; maar ook een eigen souvereiniteit voor het gezin, voor het bedrijf, voor de wetenschap, de kunst en zooveel meer. Al die kringen ontleenen hun gezag niet aan den eenen of anderen kring: de Staats-overheid niet aan het geheel der kringen in de Maatschappij en de laatsten niet aan de Staats-overheid, maar zij allen hebben hun eigen, afzonderlijke souvereiniteit bij de gratie Gods

Het spreekt van zelf, dat hieruit meermalen botsing moet voortkomen. «De Overheid neigt er steeds toe, om met haar mechanisch gezag in het maatschappelijk leven in te dringen, dit aan zich te onderwerpen, en het mechanisch te regelen. Dit is de Staats-macht. Maar ook anderzijds poogt het maatschappelijk leven steeds zich het overheidsgezag van de schouders te werpen, gelijk dit streven nu weer culmineert in de

Sluiten