Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kern van eiken godsdienst uit. Zij is ééne en blijft zich gelijk onder alle verschil van godsdienstige voorstellingen en handelingen, die wisselen met den tijd en veranderen naar gelang van de omstandigheden. De verschillende godsdiensten zijn daarom ook niet in ware en valsche in te deelen; zij staan niet als ja en neen tegenover elkander. Maar zij zijn allen te zamen golven in denzelfden oceaan, straalbrekingen van één licht, schakels in dezelfde keten, momenten van één proces. De redelijke, zuivere en onbevlekte godsdienst is er niet, maar hij komt, in den weg van geleideüjke ontwikkeling, als resultaat van een eeuwenlang proces. Evolutie is de grondwet der religie, gelijk van alwat bestaat. God zelf is niet, maar wordt; Hij komt tot zelfbewustheid, tot persoonlijkheid, tot waarachtig bestaan in de religieuze zelfontwikkeling van den mensch. Dwaas is het, te belijden de menschwording Gods, maar hooge wijsheid is het, te gelooven aan de Godwording van den mensch.

Met deze verandering in de opvatting van den godsdienst moest vanzelf eene wijziging gepaard gaan in het begrip der godgeleerdheid. In vorige eeuwen werd deze altijd opgevat in eigenlijken zin, als wetenschappeüjk geordende kennisse Gods, wiens bestaan vaststond en wiens openbaring boven allen twijfel verheven was. Maar sedert de wetenschap bij monde van Kant had uitgesproken, dat God onkenbaar was, werd de godgeleerdheid in den ouden zin des woords voor eene moeilijke en ernstige keuze gesteld. Indien zij wilde blijven wat zij was, verbeurde zij den naam. den rang en de eere eener wetenschap. Indien zij daarentegen deze eere zich niet wilde laten ontrooven, dan moest zij de aanspraak laten varen, alsof zij waarlijk kennisse Gods was, en zich schikken en voegen naar de regelen, welke de toongevende

Sluiten