Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetenschap voor haar eigen leven vastgesteld had. Voor die keuze geplaatst, is de theologie menigmaal ontrouw aan hare roeping geweest. De verleiding van den wetenschappelijken naam was haar te machtig; zij bezweek voor de bekoring der ijdele philosophie.

Om wetenschap te blijven, heeft zij daarom de kennisse Gods prijs gegeven en voor die van den godsdienst ingeruild. Haar zwaartepunt werd uit de metaphysische wereld in de historie en de psychologie verlegd. Haar object kon de kennisse Gods niet meer zijn, geopenbaard in het aangezicht van Christus Jezus, zijnen Zoon, maar werd het religieus bewustzijn in zijne historische ontwikkeling en psychologische eigenaardigheid. Als zoodanig ziet zij zich thans tot taak gesteld, om eerst de verschillende godsdiensten nauwkeurig te onderzoeken; om daarna, uit het bijzondere tot het algemeene opklimmend, het wezen, de wetten en den oorsprong der religie te leeren kennen; en om eindelijk aan te wijzen, in welke vormen de religie het zuiverst tot hare uitdrukking komt.

Door deze opvatting van godsdienst en godgeleerdheid heeft de nieuwere wetenschap eene diepe klove gegraven tusschen zichzelf en het godsdienstig leven, gelijk het in de werkelijkheid bestaat en allerwege zich vertoont. Er is tusschen kerk en school, tusschen volk en geleerden eene scheiding en tegenstelling gekomen, welke voor beiden verderfelijk is. Daarom is in onzen tijd ook de klacht algemeen over de ongenoegzaamheid der theologische opleiding. Om haar naam en haar eere als wetenschap op te houden, heeft de akademische theologie hoe langer hoe verder van de kerk, van de belijdenis, van de Schrift, zelfs van den persoon van Christus

Sluiten