Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de vivisectie, op de godsdiensten toegepast, het leven der religie intact zal laten, ja tot bloei en wasdom zal brengen.

Voorshands heeft de uitkomst aan die verwachtingen zeker niet beantwoord. Want van deze wijsgeerige opvatting der religie zijn eerst de studenten en daarna de kerken de beklagenswaardige slachtoffers geworden. Als eerstgenoemden uit een geloovig gezin komen, gaan zij niet alleen aan de akademie eene zware crisis tegemoet, waarbij hun godsdienstige overtuiging en hun liefde tot het ambt op het spel komen te staan. Maar nog grooter moeilijkheid wacht hen, als zij van de school in de kerk, van de wetenschap in het leven, van de theorie in de practijk terugkeeren. Zij kunnen in vele gevallen niet meer spreken, omdat zij niet gelooven. Zij hebben dikwerf niets meer te verkondigen, omdat de kracht en de heerlijkheid van het Evangelie hun door de critiek werd ontroofd. Zij kunnen niet meer getuigen, omdat hun kinderlijk vertrouwen op het woord der apostelen werd geschokt. Als zij geschikt voor het ambt willen zijn, — zoo is er gezegd — moeten zij veel vergeten, van wat zij in de akademie-zalen hebben gehoord. En als zij behouden willen, hetgeen zij daar hebben geleerd, missen zij voor de vervulling van hun dienst de noodige bezieling en kracht, en staan aan krank- en sterfbed verlegen. Hoevelen lijden daarbij onder eene innerlijke onwaarheid, die het leven verscheurt! Wat strijd kost hun de tegenstelling tusschen inwendige overtuiging en uitwendige belijdenis, tusschen de gedachten des harten en de woorden der lippen, tusschen de onderzoekingen in het studeervertrek en de eischen van den kansel! Met hun positie ontevreden, zoeken velen dan een uitweg in politiek, diaconaat of philanthropie en houden in diezelfde mate op, bedienaren des Woords en uitdeelers van Grods verborgenheden te zijn.

Sluiten