Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen universiteiten gekant. Nog slechts enkele weken geleden deelden de dagbladen mede, dat de stichting van eene faculteit voor Eoomsche theologie aan de Keizer-Wilhelm-universiteit te Straatsburg, na onderhandeling met de pauselijke curie, verzekerd is.

Maar desniettemin achten velen het tegenwoordig in het belang van het recht en de vrijheid der kerk, van de leer en het leven der studenten, dat hunne opleiding aan seminaria plaats hebbe. Ook hier te lande wordt dit denkbeeld door vele Roomschen gesteund. Zelfs zijn er Protestanten, die, overtuigd van het gevaar, dat op de openbare hoogescholen aan de studie der theologie verbonden is, de dienaren der kerk liefst aan kerkelijke seminaria wensclien opgeleid te zien, en die bij de andere faculteiten, ter wering van verkeerde ongeloofstheorieën, het stelsel van aanvulling voldoende achten.

Lang niet allen zijn op dezen weg zoo ver durven gaan. Daar zijn anderen die het hoogst bedenkelijk achten, om de theologie geheel en al van de universiteit te verwijderen en aan de kerk over te laten.

Zij slaan daarom een middenweg in en stellen boedelscheiding voor. Er zijn naar hunne meening in de tegenwoordige theologie twee soorten van vakken. Tot de eerste soort beliooren de exegetische en kerkhistorische vakken, benevens alle die, welke betrekking hebben op de studie der godsdiensten ; deze nu behooren zonder twijfel tot den kring der wetenschappen en hebben recht op eene plaats in de universiteit. Maar andere vakken in de hedendaagsche theologie, n. 1. de dogmatische en de practische, kunnen op dit recht geen aanspraak maken; zij dragen geen wetenschappelijk, maar een kerkelijk karakter.

Sluiten