Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koningen der aarde, het Hoofd der gemeente, in wien alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn.

Zoo talrijk en ernstig zijn de bezwaren tegen eene scheiding van wetenschappelijke en kerkelijke theologie, dat ook velen daartegen in verzet komen, die overigens volstrekt niet onder de confessioneele theologen te rangschikken zijn. Met name hebben vele leerlingen uit de school van Ritschl tegen Bernoulli en Troeltsch hunne stem verheven; en niemand minder dan Harnack voerde niet lang geleden een pleidooi tegen de omzetting der godgeleerdheid in godsdienstwetenschap en vóór het behoud der oude theologische faculteiten. Met dankbaarheid kunnen wij hier melding van maken, zonder daarom toch al te sterke verwachting te koesteren van den steun, die ons van deze zijde geboden wordt.

Want in de oppositie tegen de „religionsgeschichtliche" methode worden zij toch weer door hun eigen beginselen verzwakt. Ofschoon aan de eene zijde op grond van hunne religieuze ervaring aan het absoluut karakter des Christendoms vasthoudende, huldigen zij aan den anderen kant toch pliilosophische en critische beginselen, die het getuigenis van hunne godsdienstige ervaring niet onaangeroerd kunnen laten en het hoe langer hoe meer van zijn inhoud en waarde berooven. De leer van de onkenbaarheid Gods kan nergens anders op uitloopen, dan op de verwijdering der theologie uit den cyclus der wetenschappen en uit den kring der universiteit. De scheiding tusschen theologie en metaphysica ontneemt aan eerstgenoemde haar bestaansrecht als wetenschap. Als de theologie geen theologie meer is in eigenlijken zin, als zij niet is en wezen kan kennisse Gods op grond vanen uit zijne openbaring, dan moet zij wel, om nog een tijdlang

Sluiten