Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods bestaan, aan Zijne openbaring en aan Zijne kenbaarheid gebouwd. Maar wij mogen gerust nog een stap verder gaan. Gelijk heel onze cultuur, zoo is in het bijzonder de wetenschap niet slechts op algemeen godsdienstige, maar bepaald op Christelijke onderstellingen gebouwd. Tot onze geestelijke voorouders behooren Grieken en Romeinen, maar in de eerste plaats de Joden, uit wie de zaligheid is. Athene en Rome vormen met Jeruzalem het drietal steden, van waaruit het licht en de glans over ons Christelijk Europa is uitgegaan. Door deze drie volken heeft de Voorzienigheid Gods de grondslagen gelegd, waarop nog heden ten dage het gebouw van heel onze beschaving rust. Zij hebben ons de elementen verschaft, waaruit onze „einheitliche" wereld- en levensbeschouwing gevormd is.

Aan die factoren, bepaaldelijk aan het Christendom, danken wij het begrip der ééne, alles omvattende wetenschap. In het Oosten was godsdienst en wetenschap nog niet onderscheiden en kwam de laatste niet tot een zelfstandig bestaan. In de Grieksche philosophie kwam wel de idee der wetenschap tot ontwikkeling, maar was zij van haar oorsprong af in eene antithese tegenover den godsdienst bevangen, die voor beide verderfelijk was; omdat er geen verzoening tusschen beide gevonden kon worden, gingen zij beide in de duisternis van het scepticisme onder. Maar op de vraag: wat is waarheid? door het Heidendom in de volheid der tijden gesteld, gaf toen de Christus ten antwoord: Ik ben de waarheid en de weg en het leven. En met dien Eengeborene van den Vader tot centrum, met zijn woord tot een licht, kwam er op den grondslag van het monotheïsme eene „einheitliche" wereldbeschouwing, eene alles omvattende wetenschap tot stand, die in de universiteit, deze grootsche

Sluiten