Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat is de idee der eenheid, welke de wetenschap altijd onderstelt, naar welke zij immer zoekt, maar die zij buiten Gods bijzondere openbaring nooit heeft gevonden; de eenheid van God, de eenheid der wereld, de eenheid der natuur, de eenheid der menschheid, de eenheid der geschiedenis, en in dat alles de eenheid der waarheid, die de rijkste verscheidenheid niet uitsluit maar uit zichzelve ontvouwt. En daardoor geeft de Christelijke religie ons die leiddraad in de handen, welke ons den weg doet vinden in den doolhof der verschijnselen. Daardoor wordt zij ons ten gids, welke veilig ons leidt door den chaos der gebeurtenissen heen. Daardoor is het, dat zij den mensch in de wereld orienteert, zoodat hij eenerzijds zich niet in die wereld verliest en toch andererzijds niet als een god zich boven haar stelt.

Dit alles zou de Christelijke religie niet kunnen wezen indien zij iets minder ware dan zij is, dat is met andere woorden, indien zij zich niet aandiende als de absolute godsdienst. Dat zij dit is, valt langs liistorischen of speculatieven weg nimmer te bewijzen. Troeltsch heeft dat terecht ingezien. Vergelijkend, historisch onderzoek kan hoogstens in het licht stellen, dat het Christendom de relatief hoogste van de tegenwoordige godsdiensten is, dat er thans feitelijk geen hoogere godsdienst dan het Christendom bestaat. Maar dat liet Christendom de „endgültige" openbaring Gods is, dat Christus is de Eengeborene van den Vader, dat is niet te bewijzen, het is alleen eene zaak des geloofs. Natuur en geschiedenis geven zonder meer ons slechts relatieve grootheden te aanschouwen, zij doen ons geen absoluten maatstaf aan de hand. Dezen geeft alleen het geloof. Zoo is het op het gebied des rechts, der moraal, der aesthetica; zoo is

Sluiten