Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet ook op liet gebied van den godsdienst. De absolute vormen, waarvan de wetenschap zich bedient, worden alle door haar aan het geloof ontleend.

In de theologie wordt dat hoe langer hoe duidelijker ingezien en erkend. Terwijl men vroeger de waarde der historischapologetische bewijzen overschatte, loopt men thans gevaar, ze al te gering te achten en in het ervaringsbewijs deneenigen grond voor de waarheid des Christendoms te zien. Ook liier is dus eenzijdigheid en overdrijving in het spel. Ervaring, bevinding is niet en kan nooit wezen de grondslag, de maatstaf, de kenbron der openbaring. Maar zij is toch wel de weg, waarin de Christelijke religie in haar absoluut karakter alleen door ons gekend en erkend worden kan. Of liever nog, de Christelijke religie, de openbaring Gods in het aangezicht van Christus, Zijnen Zoon, krijgt voor ons bewustzijn geen absolute zekerheid, dan alleen in den weg van het zaligmakend geloof. Indien de Christelijke religie de absolute religie is, is er geen andere weg. En omgekeerd, indien ze langs een anderen weg bewezen moest worden, zou zij daarmede ophouden, de absolute religie te zijn.

Van uit dit gezichtspunt bevreemdt het niet, maar is het veeleer volkomen natuurlijk, dat het Evangelie van Christus niet de minste poging aanwendt, om zichzelf voor ons menschelijk verstand te rechtvaardigen. Het getuigt, maar bewijst zichzelve niet. Het treedt op met gezag en vraagt erkenning, maar ziet er van te voren van af, om door kracht van wetenschappelijke argumenten onze toestemming te verwerven. Veeleer komt het er rond voor uit, dat het kruis van Christus dwaasheid moet toeschijnen aan de wijzen der eeuw, dat de psychische mensch de dingen des Geestes Gods niet begrijpt, en dat het bedenken des vleesches, als zijnde vijand-

Sluiten