Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam, dan mag mij dat zeker een bewijs zijn, dat ook de Professoren van Amsterdam daarvoor wat oor hebben. In die verwachting schreef ik vertrouwelijk aan Prof. Bavinck, om met mijn voorstel mee te gaan en Ds. Van Andel, die ook van de partij zou zijn, daartoe ook te bewegen. En als wij samen dan goed vast bleven staan, zouden de Professoren van Amsterdam wel toegeven. Ik wist bij ervaring dat o. a. Prof. Rutgers zoo dikwijls gezegd had: daar kan niets van komen, 'en toch later toegaf. Dat gaf mij dus ook ditmaal moed.

Ik schreef er bij, dat de Professor zeker geen overwegend bezwaar zou hebben, met mijn voorstel mee te gaan, omdat het toch principieel overeenkwam met zijn voorstel in 1899. Kon Prof. Bavinck met het voorstel-Bos niet meegaan, dan zou van onze samenspreking niets komen.

Ik werd per telegram door Bavinck naar Amsterdam ontboden des Woendags 17 September, om Donderdags te confereeren. Omdat ik niet Donderdags, maar wel Vrijdags kon, ontving ik nog een telegram, dat op dien dag de samenspreking zou plaats hebben.

Vol moed toog ik naar Amsterdam. Wij kwamen op

de studeerkamer van Prof. Rutgers samen en het

eerste dat wij vernamen was: van de samenspreking kon niets komen, omdat - zei Prof. Bavinck - ik en collega Biesterveld aan de Vrije Universiteit zijn benoemd, en die benoeming aangenomen hebben ook. Later werd er ter rectificatie bijgezegd, dat die benoeming nog slechts officieus was, omdat de Directeuren en de Curatoren der Vereeniging nog niet vergaderd geweest waren. Toch stond het reeds zóó vast, dat verder op dien dag alleen gesproken werd over de benoeming van opvolgers in hunne plaats, en in verband daarmede over een vervroegde Synode,

Ik stond letterlijk verplet, en liet de heeren redeneeren over die benoeming en over die vervroegde Synode, zonder mij in dat gesprek te mengen.

En wat had nu over die aanneming beslist? Mijn brief aan Prof. Bavinck.

Sluiten