Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu moeten de lezers eens goed opletten!

Prof. Bavinck schrijft in zijn brochure (bladz. 72): „Dinsdag 16 Sept. hadden Prof. Biesterveld en ik eene conferentie in Amsterdam met de Hoogleeraren Rutgers, Geesink en Kuyper. Daar werd na breede bespreking over en weer goedgevonden, dat de Professoren der Theol. Faculteit aan den Senaat (de gezamenlijke Professoren en de Curatoren) en daarna aan de Directeuren zouden voorstellen, om ons beiden te benoemen. En wij onzerzijds verklaarden ons bereid, om, indien zulk eene benoeming uitgebracht werd, ze op te volgen."

Dus op Dinsdag 16 Sept. geschiedde die afspraak. Op dien datum verbonden zich de Prof. Bavinck en Biesterveld tot de aanneming van eene eventueele officiëele benoeming.

Ik ontving van Prof. Noordtzij den brief op dienzelfden dag, en schreef des avonds van den 16den bovengemelden brief aan Dr. Bavinck. Dien brief van mij ontving Z.H.G. Donderdagsmorgens te Rotterdam. De vertraging was veroorzaakt, doordien ik adresseerde naar Kampen, en de Professor te Rotterdam was.

Mijn brief dus, op Donderdagmorgen ontvangen, had beslist over de benoeming en de aanneming ervan, die Dinsdags te voren plaats had!!

Als dat geen leugen is, weet ik niet meer wat waarheid is. Dinsdags wordt beslist, en mijn brief van Donderdag heeft er invloed op uitgeoefend! En nu durft men te Kampen nog met dien brief, die reeds twee dagen van te voren invloed zou gehad hebben, pronken ter verdediging van de treurige geschiedenis!

't Is te gek om er van te spreken. Als iemand zijne handeling zóó rechtvaardigen moet, mag terecht aan de rechtvaardigheid der handeling zelve worden getwijfeld.

Al was mijn brief zelfs vóór de aanneming ontvangen, gaf het nog geen pas, te beslissen vóór we met elkander gesproken hadden. Ik sprak toch in dien brief alleen voor mijzelven, en samenspreking had nog èn op mij èn op de anderen invloed kunnen uitoefenen.

Sluiten