Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

DE VERNIETIGDE VAKORGANISATIE.

De Révolutie schafte aan het eind der 18de eeuw de Gilden af, ook in ons vaderland, en vernietigde daardoor met één slag de sinds eeuwen bestaande Vakorganisaties, zonder er iets beters voor in de plaats te geven.

Zeker, de Gilden handhaafden een drukkend monopolie, waardoor slechts als Meester in een Bedrijf kon optreden, wie ten genoegen van de Overlieden van eenig Gild of van een bijzonder college van Proefmeesters of Proefvrouwen zijn Meesterproef geleverd had. Onrechtvaardigheden, persoonlijke begunstiging of tegenwerking, waren hierbij niet uitgesloten, waar een minder nobele regentengeest ook in de Gilden den toon aangaf. Maar dit verschijnsel was niet een noodzakelijk gevolg van het Gildewezen. Het hing samen met het peil van moraliteit, dat de verhoudingen in het gemeenschapsleven vooral in de 18de eeuw kenmerkte, en waardoor de opkomende drang naar vrijheid en recht, naar meer gelijkheid en gemeenschap, die de minder bevoorrechte standen aangreep, door de meer bevoorrechte werd miskend en weerstaan, ook wel door misbruik van macht.

Réformatie ware ook voor de Vakorganisaties, gelijk die in de Gilden bestonden, mogelijk geweest, evengoed als zoodanige réformatie in de verhouding tusschen Overheid en volk ook naar Christelijke beginselen kan worden ge-

Sluiten