Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36.

Zóó moeten de werkkrachten zich in opklimmende vertegenwoordiging, in Vóórmannen of Hoofdmannen als organen, meer bijzonder kunnen laten gelden bij de vaststelling der arbeidsvoorwaarden en van het arbeidsloon; en eindelijk moeten zij contractueel, iedere kracht naar haar maat en door haar organen, geregelde inspraak hebben in de Bedrijfsonderneming, wat de leiding en regeling der arbeidsgemeenschap aangaat.

37.

Tot vaster ontwikkeling van de organisatie der Bedrijfsgemeenschap kon naar dezelfde maat ieder vaster lid in de Bedrijfsgemeenschap van zijn arbeidsinkomst een deel in handen der Onderneming laten; de verplichting tot zoodanige storting aan de Onderneming kan van meet af in het Arbeidscontract als beginsel gelden bij alle aanleggen van een band tusschen een werkende kracht en het Bedrijfsorganisme; voor het in de Onderneming gestorte moet elk man zijn evenredige rechten hebben in de overwinst van het Bedrijf, voor zooveel die aan het bedrijfskapitaal toekomt.

38.

Het Bedrijf in gemeenschap is het ideaal van de ware bedrijfsorganisatie; en wel het Bedrijf in gemeenschap, gelijk het zelf naar de vervulling van een grootsche taak jaagt, het Grootbedrijf met groot kapitaal, met de beste middelen en in de ruimste opvatting, maar als arbeid van een georganiseerde gemeenschap, waarin elk vaster ingetreden lid zijn plicht en verantwoordelijkheid, maar ook naar dezelfde verhouding zijn recht en zijn deel heeft; waarin elke kracht zich kan ontwikkelen naar haar inhoud, en elk talent naar de hoogste taak kan worstelen.

Sluiten