Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onderwierp de visitatie door de archidiakenen en andere prelaten van lagere orde aan hun goedkeuring. Sedert dien tijd oefende de bisschop weer het toezicht over zijne diocese of zelf of door middel van bizondere afgevaardigden. En de tegenwoordige toestand in de Roomsche kerk is dan ook deze, dat de bisschop of zelf of door zijn generaal-vicaris of door den ring-vicaris de kerspels van zijn bisdom visiteert. (Dr. A. Kuyper. De Kerkvisitatie te Utrecht blz. 27, 28 Richter, Dove en Kahl. Het kath. en evang. Kerkrecht blz. 500 v.v.).

Luther nam instelling der kerkvisitatie van de Roomsche kerk over evenwel niet terstond. Dat komt, omdat hij er niet aan dacht terstond de Roomsche kerk te verlaten. Van den Paus en later van de bisschoppen verwachtte hij eene zuivering der kerk. Eerst toen die hoop in rook vervlogen was, drong hij bij den keurvorst van Saksen op het houden van eene visitatie aan. De keurvorst, die van zijn gemak hield, liet het eerst bij beloften, maar gaf eindelijk aan Luther's wensch gehoor. Zoo kwam het tot de beroemde kerkvisitatie, die in 1527 begon en drie jaren duurde. Keursaksen werd in vier districten verdeeld en naar elk ervan werden kerkelijke en wereldlijke visitatoren gezonden, waartoe ook Luther en Melanchton behoorden. Een der schoonste vruchten van deze visitatie is de groote en de kleine catechismus van Luther.

Kwam het bij de Lutherschen niet tot kerkvisitatie, bij de Gereformeerden evenmin, maar om een andere reden. De Gereformeerden waren eigenlijk niet tegen de kerkvisitatie maar slechts tegen afzonderlijke kerkvisitatoren. De kerkvisitatie hebben zij dan ook spoedig ingevoerd, maar met het aanstellen van kerkvisitatoren lang gewacht. In kerkvisitatoren zagen zij een soort superintendenten. En alle superintendentschap was in strijd met het grondbeginsel der gereformeerde kerkregeering, dat reeds in art. 1 van de besluiten der Emdensche Synode was neergelegd en door alle volgenden is overgenomen: „Grlieen Kercke sal over een ander Kercke, gheen Dienaar des Woords, gheen Oudeilinck, noch Diaken sal d' een over d' ander heerschappie voeren, maar een yeghelijck sal lien voor alle suspieien, ende aenlockinge om te heerschappen wachten" (Rutgers. Acta van de Neder 1. Synoden der zes-

Sluiten