Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Synode van a) Embden in 1571 ging reeds een stap verder. Zij schreef reeds eenige vragen voor, die de president na het gebed tot elk lid der vergadering richten moest, namelijk „of zij consistoriale samenkomsten in haare Kerken houden? of die Kerkelijke straffe in haaren zwang gaat? of zij eenigen strijd hebben met eenige ketters ? of zij eenigen twijfel hebben in eenig hoofdstuk der Leere? of men zorge draagt voor de Armen, en over de Schooien ? of zij tot regeering der Kerken der andere Dienaren raad en hulpe behoeven, en diergelijke dingen meer." (F. L. Rutgers. Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw blz. 106).

Had in den eersten tijd de visitatie op de Classicale vergadering plaats, op den duur kon dat zoo niet blijven. Toen de Classicale vergaderingen minder samenkwamen, het kruis der vervolging niet zoo drukte en de kerk door groote uitbreiding innerlijk werd verzwakt, kwam de behoefte aan visitatoren op. (De Post-Acta. Eene Historische studie door Dr. H. H. Kuyper blz. 125). Reeds op de Synode van Middelburg werd dan ook de vraag gedaan „of 't niet goet waere, beneffens de Classicale Yersamelinghen, oock eenighe jaarlicksche bezoeckinghen der Kercken aen te stellen, ofte Inspectores of Superintendentes te maken, doch met behoorlicker limitatie etc." Daarop werd geantwoord „dat het onnoodich ende zorghlick" was. Maar de Classön en Particuliere Synoden moesten haar plicht doen volgens de kerkenordening. De Synode gaf echter aan de Classis de macht om, als het noodig was, aan een dienaar een tekst op te geven om des anderen daags daarover een predicatie te doen, opdat „niet alleene langhe voorbedachte predicatiën van den Dienaren in den Classicale Vergaderinghen ghedaen" werden. (Rutgers. Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw blz. 440.)

tius qui convenuint possint inuigilare, et qualis cuiusque sit ordo in verbi doctrina tum in ceremoniarum et disciplinae ratione, et deniqne an Seniores ac Ministri suo officio probè ac sedulo fungantur sigillatim exquirere. (Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw. F. L. Rutgers. blz. 35.)

(a). Dr. Vos schrijft in zijn Geschiedenis der Yaderlandsche kerk. Tweede druk. blz. 135, dat de synode van 1578 reeds eenige vragen voorschreef. Niet de Synode van 1578 echter, maar die van 1571 was de eerste, die vragen voorschreef. (Rutgers. Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw. blz. 106).

Sluiten