Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder dieselve Classe sorterende." En de Prov. Synode van Zeeland, gehouden te Tholen in 't jaar 1602, laat in haar „Forme van de inspectie over de genie ij ne kerchen te houden het ambt der kerkvisitatoren van de eene Classicale vergadering tot de andere duren „in welcken tijd sij gehouden zullen sijn zovele Kercken, als naer het goet vinden der classe mogelick is, te besoecken ende daervan ten eijnde des voornoemden tijds in de classe reeckenschap te geven, welcke classe de voorverhaelde wijse onderhouden zal tot de vergaderinghe des provincialen Synode (Reitsma en van Veen. Acta der Prov. en Part. Synoden Dl. V blz. 59). De Synode van Dordrecht echter besloot, dat „de Classis eenighe haarer Dienaaren, ten minsten twee van de oudste, ervarenste en geschiksts" zou „authoriseeren, om in alle kerken, van de steden zowel als van het platte land, alle jaar visitatie te doen." (Hooyer-Oude Kerkenordeningen, blz. 454). De Synode van den Haag wilde dus de visitatoren machtigen van de eene Classicale vergadering tot de andere, de Synode van Dordrecht voor een jaar. Waarom wdden onze vaderen slechts voor zulk een korten tijd benoemen? Om alle heerschappij te voorkomen. "Wanneer dezelfde personen langen tijd kerkvisitatoren zijn, bestaat er groot gevaar voor het opkomen van een soort superintendentschap. En dat mag niet. De kerkvisitatoren moeten dus voor niet langer dan een jaar benoemd worden.

Hebben de kerkvisitatoren hun taak volbracht als zij eenmaal in 't jaar de kerken der Classis bezoeken ? In onze dagen beantwoordt men die vraag meestal toestemmend. Onzes inziens ten onrechte. De visitatoren hebben het geheele jaar toezicht te oefenen over de kerken der Classis. Dat volgt uit den oorspronkelijken vorm der visitatie. In den eersten tijd waren er geen visitatoren, maar werd het toezicht over de kerken door de Classicale vergadering zelf gehouden, die veel meer samenkwam dan tegenwoordig. En zoo dikwijls de Classis vergaderde, had er een onderzoek plaats naar den toestand der kerken. Het onderzoek naar den toestand der kerken bleef dus niet beperkt tot een enkele vergadering, maar strekte zich uit tot alle vergaderingen der Classis. Daarait volgt, dat het toezicht over de kerken ook nu nog het geheele jaar doorgaan moet. Dat vloeit ook voort uit het begrip toezicht. Waartoe toch

Sluiten