Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afhankelijkheid van den Heere niet uit het oog verlieze. Hij vreest daarvoor, omdat hij alsdan de gemeenschap van Heiland Jezus zou moeten derven en uit zijne volheid niets ontvangen kon. Maar zoo hij zijne zwakheden behouden blijft, verwacht hij, dat hij in zijne gemeenschap deelen, genade voor genade uit Hem ontvangen zal en zich naar de Schrift in Hem als zijn Heil kan beroemen.

Paulus wenscht niet van zijne zwakheden ontdaan te worden in dit leven, opdat hij nooit op zichzelf bouwe en in zichzelven roeme. Trouwens, zulk een staat des levens, is de treurigste staat waarin iemand verkeeren kan. Het is de staat des doods, waarin ieder natuurlijk mensch voortleeft en waaruit hij niet wordt gered, dan door de herscheppende kracht des Geestes, die hem wederbaart. Vóór die wedergeboorte bouwt men op zichzelven en op gaven en bekwaamheid; men meent heer en meester te zijn zonder te weten of te willen bekennen, te zijn in de macht van satan, die sterk gewapende, die alles wat hij heeft, in vrede houdt. Er kan wel onrust zijn, ook ontroering, maar men blijft, zoolang men op zichzelven bouwt, in den staat waarin men geboren is, buiten God en zonder Christus, hoe sterk de beweging der conscientie ook wezen moge. Ook kan er reformatie plaats hebben. Eén onreine geest kan worden uitgebannen, maar zoo lang het hart ledig van God blijft, is men in 's vijands macht; weldra keeren andere, nog boozer geesten weder tot het ledig hart, en 't laatste van dien mensch wordt erger dan het eerste.

Zulk een doodstaat kan bij den wedergeborene niet wederkeeren, want hij wordt in de kracht des Heeren bewaard. Toch is er een ander groot gevaar en daarvoor vreest de apostel en mogen we allen wel bevreesd zijn. Een levendgemaakte kan zijne afhankelijkheid uit het oog verliezen. Hij tracht dan uit het hebbelijk genadebeginsel te leven, wijl hij de dadelijke invloeden van den Heiligen Geest mist. Dit is de droevigste stand, waarin 's Heeren volk vervallen kan. Men wil, maar kan zich niet tot den Heere bewegen, men went allengs van Hem af, men leeft op de herinnering van vroegere ervaringen, en de Heere verbergt zich. In zulk een toestand mist men de gemeenschap des Heeren Jezus; ook is er geen levende, werkzame behoefte aan, geen vurige,

Sluiten