Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'deelachtig zijn geworden en in Hem geborgen zijn, vóór die beslissende ure gekomen is?

Moge ieder, die tot nog toe heeft voortgeleefd zooals hij geboren is, ieder die tot hiertoe ongevoelig bleef omtrent het gemis van God, waarmee elk die behouden wordt met schaamte en droefheid leert vluchten tot den troon der genade , mocht ieder, die nog onbekommerd hieromtrent heeft voortgeleefd, als Lydia door genade het hart worden geopend, opdat hij acht geve op het Woord van Hem, die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren was en zoo ernstig zoo waarschuwend vermaant: bekeert u en gelooft het evangelie! O Geliefden, dat de Heere zich nog uwer ontfermen tot levendmaking en u ontdekke aan uwen doodstaat. Verzuimt om 't heil uwer zielen wil Gods woord niet, dat eenig middel van den Heere verordend tot levendmaking. Wordt dit daartoe voor u dienstbaar gemaakt door den Heiligen Geest, dan zal tot u en door u kunnen worden gezegd: „Naar zijnen wil heeft Hij ons gebaard, door het woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen zijner schepselen, en gij zijt gered voor eeuwig. Of is er onrust van binnen, zijn de bewegingen der conscientie sterk? Is er een verbetering, een verandering, maar onder dit geen afstand van de wereld? Gaat het buiten Jezus om en leeft ge als Orpa wel met Gods volk maar niet van harte ? O Gel. ziet toe, u zeiven niet te bedriegen met valsche overleggingen, maar verkoopt alles waarbij gij leeft en hoort de stem des Heeren, die nog achter u is en u waarschuwt: „Gij weet niet dat gij zijt arm, jammerlijk, blind, en naakt, maar ook vermaant: Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden en witte kleederen, opdat gij moogt bekleed worden, opdat de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalft uwe oogen met oogenzalf, opdat gij zien moogt.' En gij ook jongelingen en jonge dochters, katechisanten klein en groot, ziet toe voor u zeiven, om niet voort te leven zooals gij geboren zijt. Of staat u dit leven niet aan ? welnu, gaven wij straks iels aan, van wat God aan zijn volk en mij gedaan heeft en nog doet, dat niet te begeeren is? Wat onrecht hebt gij in des Heeren werk gevonden, dat ge u zoudt blijven onttrekken? Wordt

2

Sluiten