Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gel, dan hebben we maar na te gaan, of we 'tooit geleerd hebben, ons als ellendigen te gedragen tegenover den Heere; als zulken, die ook den geringsten zegen volkomen onwaardig zijn, die niets hebben verdiend dan toorn en vloek. Want zoo we dat nimmer leerden, zullen de zegeningen des Heeren eenmaal ons oordeel verzwaren! O, geliefden, wier conscientie getuigt: Jacobs gestalte is nog nóóit de mijne geweest, wat we u bidden mogen, bedenk nog in dezen uwen dag wat tot uwen eeuwigen vrede dient. lederen rustdag weer wordt van dezen kansel u zegen en vloek verkondigd en hoe ontzettend zal het zijn onder zooveel waarschuwingen verloren te gaan! We lezen toch in Gods Woord, die den weg geweten en niet zullen bewandeld hebben, zullen met vele slagen geslagen worden! En ziet nu daartegenover eens op het geluk en de veiligheid van Gods volk! Ze hebben niet te vreezen in nood noch dood, ze liggen voor rekening van een almachtig en getrouw Ontfermer, en zullen eenmaal eeuwige vreugde genieten! En die buiten God sterven, hun plaats is in de buitenste duisternis, waar hun worm niet sterft en hun vuur niet uitgebluscht wordt! Daarom nogmaals: wendt U naar den Heere henen en wordt behouden, smeek om wederbarende genade en de God des Ontfermers zij U genadig!

Of meenen we met Jakobs gestalte niet onbekend te zijn? Gel. dan nog past ons getrouw zelfonderzoek, want er is zooveel schijn, dat geen wezen is. We zijn zoo licht geneigd, als dankbaarheid aan te nemen, wat wij voor den Heere doen, zonder te vragen, wat de Heere aan en in ons deed. O, zijn we toch voorzichtig, dat we ons niet bedriegen. Vragen we veel, dat de Heere ons toetse en doorzoeke, ons verzegele en bevestige, want alleen Gods werk heeft waarde. Alleen Gods werk blijft en gaat mede over dood en graf!

Maar mogen we, na getrouw onderzoek niet anders zeggen, of we kennen iets van dat klein en ootmoedig leven voor des Heeren aangezicht, dan is ons voorrecht groot, geliefden! Want dan verstaan we het, wat het zegt, dat de weldaden ons dubbel dierbaar zijn, maar dan kennen we ook een God der hulpe in allen weg. Of zegt ge in uw hart: mocht ik dat eens waarlijk weten, dat de Heere mijn God is? Welk een voorrecht, dat het is te verkrijgen voor elk,

Sluiten