Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in waarheid zoekt. Jakob was Jakob toen de Heere hem verscheen, hij had niets in zich zeiven, waarom de Heere hem zijn gunstbewijzen schonk, de trouwe Ontfermer werd alleen in zich zeiven over hem bewogen. En zoo is het nog. Schuldige, geheel veroordeelde, gansch verloren zondaren wil de Heere aannemen tot Zijn kinderen! O, als dan de aanvallen van Satan en de influisteringen van 't ongeloof u willen doen gelooven: voor mij is dat heil te groot, werp u voor den Heere neer, juist zooals ge zijt, pleitende op vrije genade en ge zult het op 's Heeren tijd ervaren: die tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen! 't Kan zoo gemakkelijk gebeuren, dat de eerstbeginnenden in de genade denken, als ze van meerdere genade hooren spreken: dan is bij mij nog alles verkeerd. Gel., zijn er zoo in ons midden, och bedenk dan: Jakob was niet in éen dag een Israël. Tusschen Beth-el en Pniël ligt een tijd van twintig jaren en in dien tijd is er heel wat in Jakobs zieleleven omgegaan. Zoo is ook nu nog een kind niet in eenmaal een man. En als de werkzaamheden zich rusteloos uitstrekken, om een man te worden, zal de Heere het maken. Niet als bij ons rust wordt gevonden in de beredeneering, dat we toch iets kennen van 't leven; dan mogen we wel toezien, want Gods Woord staat eeuwig vast: die den Zoon heeft, heeft het leven! 't Geestelijk leven is gezond, als we mogen bezien en erkennen, wat de Heere heeft gedaan, als we mogen bezien en gevoelen, wat we nog missen en dan rusteloos mogen werkzaam zijn, om dat gemis vervuld te krijgen uit des Heeren volheid, die onuitputtelijk is. En als we zoo mogen leven, staat de Heere voor de uitkomst in en zal Hij zijne belofte waar maken: Die in het huis des Heeren geplant is, dien zal het gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods!

Maar elk, die genade kent, heeft dan ook de roeping den lof des Heeren te verkondigen en Zijn Naam te belijden door Woord en daad! Geve de Heere in dezen veel getrouwheid, opdat er eene goede reuke uitga van des Heeren volk en zij na een nauw leven een ruim sterven mogen erlangen, om eenmaal in te stemmen in het lied der volmaakte dankzegging: Gij, Heere, zijt waardig te ontvangen de lof, de dankzegging en de aanbidding tot in eeuwigheid, Amen.

Sluiten