Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ontken niet dat ook het kunnen tot de natuur des menschen behoort, dat het ook genot geeft. Maar wanneer ge kunnen neemt in den zin van het bewuste kunnen, dan blijkt reeds dadelijk dat het kunnen volgt op het kennen, dat het kennen er den grondslag van uitmaakt. Men kan alleen wat men kent. En neemt ge het kunnen in den zin van onbewust iets vermogen, dan moet ge toestemmen dat vele dieren kunnen wat de mensch niet kan. Maar daarover behoef ik niet te spreken. Wie het kunnen stelt boven het kennen, bedoelt het bewuste kunnen.

Is dit zoo, dan is dus, zooals ik reeds zeide, het kennen de grond van het kunnen; waaruit volgt dat het kunnen nooit verder reikt dan het kennen. En inderdaad is dit zoo. De grootste kunstenaar zelfs, op welk gebied ook: dat der dichtkunst, der muziek, der schilderkunst of welk ander gij wilt, zal nooit geheel het in den geest aanschouwde, dat is gekende, ideaal door zijne kunst weergeven, laat staan het overtreffen. Hetzelfde geldt, in nog hoogere mate, van het lagere kunnen, op het gebied van nijverheid en industrie.

Wie zal ontkennen dat het menschelijke kunnen in deze eeuw een hoogeren trap bereikt heeft, in het algemeen genomen, dan ooit te voren? Maar wat beteekent het doorboren van de Alpen, het doorgraven van landengten, het leggen van telegraafkabels door den oceaan, van spoorlijnen over de lengte en breedte der aarde, in vergelijking met de machten der natuur, die alleen reeds op deze aarde zich vertoonen. Wie waagt het, het vernuftigste en zinrijkste werktuig, door het men-

Sluiten