Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vat gij daarentegen de natuur op als een in zich gesloten systeem van krachten, zonder God, dan komt gij er van zelf toe den mensch, als het hoogste wezen in de natuur, hare hoogste openbaring, tot zijn eigen wetgever te maken, die naar zijn eigen wil bepaalt wat goed en recht is; en gij zult dus ook de kinderen leeren dat zij moeten vragen wat de natuur der dingen hun zegt aangaande goed en kwaad, wat zij moeten willen en niet willen.

Maar aangenomen dat men het over de beteekenis der natuur in haar geheel eens is, dan komt de vraag aan de orde: Wat bedoelt men met eene natuurlijke opvoeding? Comenius zegt dat hij zijne geheele didactiek op de natuur als grondslag zal opbouwen en hij houdt woord, in zooverre hij in elk hoofdstuk in de natuur zijn punt van uitgang neemt. Maar hoe? Hij zegt bijv. dat de geheele zichtbare wereld ons leert, dat zij alleen geschapen is om te dienen voor de voortplanting, de voeding en de oefening van het menschelijk geslacht.*)

Gij zult echter met mij wel betwijfelen of de natuur dat leert. Comenius zelf tracht het door eene zeer gewaagde redeneering aan te toonen en beroept zich ten slotte op Gods Woord en wel op Hosea 2:20: „En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhooren zal, spreekt de Heere; Ik zal den hemel verhooren, en die zal de aarde verhooren. En de aarde zal het koren verhooren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizrëel verhooren" — eene plaats die immers in geenen deele

') o. 1. p. 36.

Sluiten