Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen, die op den grondslag willen bouwen der Gereformeerde beginselen, één waren in de erkenning van hetgeen uit deze beginselen volgt ten opzichte van de wetenschap en hare beoefening. Het betaamt allen, die deze belijdenis liefhebben niet te rusten vóór die eenheid bereikt is; eigen inzicht en meening, wanneer verschil met broederen, die éénzelfde geloof deelachtig zijn, zich openbaart, te toetsen aan Gods Woord ,en Zijne leiding in de geschiedenis der Kerken en de natuur der dingen, om alzoo te komen tot klaarheid en waarheid.

Laat ons M. H. nooit vergeten bij al ons spreken en handelen, dat onze Heere Christus gebeden heeft toen de ure gekomen was, dat de Vader Hem zou verheerlijken: „Heilige Vader! bewaar ze in Uwen naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader! in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn." (Joh. 17 : 11, 21.) Dat deze woorden niet slaan op de mystieke eenheid, die er bestaat tusschen Christus als het Hoofd en de geloovigen als de leden, maar op de openbaring dezer eenheid naar buiten, is uit het gebed zelf duidelijk en blijkt ook uit de woorden die volgen: „Opdat de wereld geloove, dat Gij Mij gezonden hebt."

Maar, M. H., verstaan wij deze woorden: „opdat zij één zijn, gelijk als Wij"? Zijn zij meer voor ons dan klanken, die wij dikwijls hebben gehoord en gaarne herhalen, omdat ze indruk op ons hebben gemaakt als een onderdeel van dat verhevene hoogepriesterlijk gebed van onzen Middelaar? Verstaat gij wat dat is: één-zijn? en dan. één-zijn zooals Christus en de Vader één zijn?

Sluiten