Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het absolute één vinden we dus ook in ons zeiven niet, evenmin als in de dingen buiten ons. Het bestaat alleen in onze gedachten, doch niet als eene vinding van onzen geest, maar als eene noodzakelijke gedachte, door dienzelfden God in onzen geest gegeven, die, naar het woord der Schrift, de eeuwigheid in het hart Zijner menschenkinderen heeft gelegd. Zonder eenheid is er voor ons denken geen veelheid, maar ook zonder veelheid geene eenheid.

Het een-zijn, de eenheid der dingen en van ons zelf, bestaat daarin, dat het vele door ééne gedachte, ééne idee verbonden is, één wezen uitmaakt; in het wezen eener zaak ligt hare eenheid.

Een groot gebouw met zijne vele vensters en deuren, muren en daken, spitsen en torens, spreekt u toe als eene eenheid, wanneer het den bouwmeester gelukt is alles uit ééne gedachte te doen opkomen en alles zóó te plaatsen en met elkander in verband te brengen dat het op zijne plaats en zijne wijze medewerkt om die ééne gedachte te doen uitkomen. Maar zoo ge dat gebouw afbreekt en alle steenen op een hoop legt en alle vensters en deuren tegen elkander plaatst, hebt ge niets dan eene verwarrende veelheid. Een hoop zand denkt ge u daarom alleen als eene veelheid, niet als eene eenheid, omdat ge niet ziet dat de eene zandkorrel met den anderen eenig verband houdt.

Diezelfde eenheid vindt ge in de levende natuur.

Dat is de heerlijkheid van een levend wezen, van een organisme, dat in alle moment van zijn bestaan elk deel met het andere zóó verbonden is, dat geen enkel

Sluiten