Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zichzelf bestaan kan, maar alle samenwerken tot één doel, één wezen uitmaken en daarom één zijn. Die eenheid van gedachte, van idee is het, waardoor een atoom en waardoor het heelal één is, en alles wat daar tusschen ligt, wat wij één noemen, in deze wereld der zienlijke dingen.

Dat is de eenheid ook in ons eigen wezen: we weten dat alle onze gewaarwordingen en voorstellingen ónze gewaarwordingen, ónze voorstellingen zijn, dat ons eigen wezen de band is waardoor ze samenhangen; we zijn ons bewust dat ons ik van het verleden, ons ik van het heden en ons ik van de toekomst, als voorstellingen in ons bewustzijn, hunne eenheid hebben in het één-zijn van ons subjectieve wezen.

Maar al wat één is in de wereld der stoffelijke dingen en der geesten dankt die eenheid alleen aan dat ééne Goddelijke Wezen, uit Wien, door Wien en tot Wien alle dingen zijn, Wiens diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennis ze heeft gedacht in hunne eenheid en in het aanzijn geroepen en geformeerd. In dat Goddelijke Wezen zelf is tegelijk de eenheid en de veelheid: drie personen in één wezen: „de Vader, het Woord en de Heilige Geest en deze drie zijn één."

Daarmede is wel voor ons denken het mysterie der eenheid en veelheid niet opgelost, maar is het teruggebracht tot zijnen laatsten en diepsten grond; alle eenheid is gedacht en daarom in laatster instantie afkomstig van Hem, door Wiens wil alle dingen zijn en geschapen zijn, door het Woord dat bij Hem was van den beginne.

J

Sluiten