Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid zooals wij die verstandelijk afleiden uit Gods Woord of uit de Belijdenis der Kerken of uit de statuten eener vereeniging; hier wordt de waarheid bedoeld in het onderling verkeer en in het gericht: „Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uwe poorten." (Zach. 8 : 16.) De Apostel Paulus zegt in den brief aan die van Efeze: „Spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste; want wij zijn elkanders leden." (hfdst. 4:25.) Juist omdat we leden zijn van één lichaam, zullen we elkander niet misleiden, maar de waarheid spreken.

Waar het echter de waarheid betreft voor ons kennen en daardoor voor ons handelen, en dat in zaken, waarover verschil bestaat, over de waarheid dus, die afgeleid wordt uit de beginselen, welke wij gemeenschappelijk belijden, past een iegelijk voorzichtigheid en bescheidenheid. Altijd bestaat de mogelijkheid dat wij bij onze deductiën dwalen. Maar ook wanneer dat niet het geval is, waar wij na nauwgezet onderzoek volkomen verzekerd zijn dat wij niet dwalen, betaamt het ons met zachtmoedigheid te trachten anderen te overtuigen en, wanneer we daarin niet slagen, geduldig af te wachten totdat de waarheid ingang vindt. Die sterk zijn moeten de zwakken dragen. „De God der lijdzaamheidzegt de Apostel tot de Romeinen, „geve u, dat gij eensgezind zijt onder malkanderen naar Christus Jezus." (Rom. 15 : 5.)

Dat dit standpunt niets gemeen heeft met eene valsche ireniek, noch met het onzekere dobberen tusschen

Sluiten