Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bacon en Descartes, eene ongunstige bijbeteekenis gekregen; het is, zou ik haast zeggen, een scheldwoord in wetenschappelijk gebruik geworden. Kant verheft Wolf hemelhoog in het voorwoord van de tweede uitgave van zijne Kritik der reinen Vernunft, maar — en daar valt hij — W olf is dogmatisch; Fichte noemt elke philosophie dogmatisch, die naast het ik-an-sich of er tegenover iets anders stelt, m. a. w. elke andere philosophie dan die van Fichte zelf. Niet anders doen Schelling en Hegel. De laatste noemt eene metaphysica dogmatisch, die aanneemt dat van twee tegengestelde beweringen de ééne waar, de andere onwaar moet zijn (Encycl. § 32), dat is dus die Hegels synthesis niet aanneemt. Zoo wordt thans, altijd in min of meer afkeurenden zin, gesproken van het dogma in de theorie der kennis van Kant, van Schopenhauer, van Hartmann en anderen.

Dogma heeft tegenwoordig niet meer de beteekenis van eene leerstelling of van de duidelijk geformuleerde beslissing van een persoon of eene vergadering, die met gezag bekleed is, maar die van eene stelling, die, zonder onderzoek, op gezag, 't zij van personen, 't zij van de algemeen menschelijke rede of van de natuur, wordt aangenomen. De overgang van het spraakgebruik is duidelijk; hij is ontstaan in den strijd tegen het gezag, dat eene erkenning en onderwerping vraagt, niet op grond van intellectueel inzicht, maar van vertrouwen. De tegenstelling is, naar het tegenwoordig heet, dogmatisch en critisch, en dan critisch meer bepaald met het oog op het kenvermogen. Dat deze tegenstelling niet juist is, noch uit historisch, noch uit wetenschappelijk

Sluiten