Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die alle blijdschap zouden weren, zoo niet de Heere, Die ook de duisternis verlicht, het bittere er van wegnam of verzoette in Zijne goedertierenheid en trouw.

Zoo zal het ook in uwe ziel zijn, Gemeente des Heeren, die met mij deze vijf-en-twintig jaren hebt doorleefd, die dus ook den strijd hebt medegemaakt, welke onze vaderlandsche Kerk heeft geteisterd, maar die bewaard zijt bij de waarheid en gebleven in de liefde. E11 gij jongeren, die dat niet hebt beleefd, maar die langs allerlei wegen van 's Heeren raad zijt gebracht tot kennis der waarheid en in droefenis en nood zijt gedragen door eeuwige armen, zegt het ons na: „Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat Zijne barmhartigheden geen einde hebben, zij zijn allen morgen nieuw; Uwe trouw is groot".

Hoe levendig staat mij voor den geest, dat ik, als jonge man van nog geen 28 jaren, na een ruim drie-en-eenbalf-jarigen voorbereidingstijd in de kleine dorpsgemeente Nederhorst, hier den kansel besteeg,

' O 7

bevend en bevreesd, en toch moedig en vol vaardig, mijner Goddelijke roeping herwaarts mij bewust, gedragen door de voorbede van velen, gesterkt door het bevestigingswoord van myn' ontslapen vriend en medebroeder Brummklkamp: „Zijt niet bevreesd, maar spreek en z wij g niet, want Ik ben met u..., want Ik heb veel volks in deze stad (Hand. 18 : 9 en 10) en ik u verkondigde het doen Gods tegenover dat der menschen, het heil

Sluiten