Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bede, die voor haar oprijst. Zij is geweld uit het hart van een man, zelf een levend lidmaat van die Gemeente, die evenals al zijne broederen den last der zonde kent, maar ook den strijd des geloofs strijdt, wien 't gaat 0111 den troost der vergeving der zonde en de verzekering der eeuwige barmhartigheid, opdat ook van zijne lippen Gods lof weörgalme en de Naam des Heeren verheerlijkt worde in de bekeering van zondaren, en er een heilige wandel zij in gerechtigheid voor Gods Aangezicht.

Zoo is het u aanstonds duidelijk, dat deze bede gevloeid is uit een hart, voor God verbroken en verslagen. Verbrijzeling des geestes spreekt uit den ganschen Psalm, die aanvangt met dat bekende: „Zijt mij genadig, 0 God, naar Uwe goedertierenheid, delg mijne overtreding uit naar de grootheid Uwer barmhartigheden." David, de man naar Gods hart, had zwaar en gruwelijk gezondigd; het was openbaar geworden wie hij, schoon door den Heere bekeerd en hoog begenadigd, was in zichzelven. Maar al was David ontrouw, de Ileere was getrouw ; Hij heeft Zijnen knecht niet laten varen, maar toen hij zijne zonde bedekte door eene nieuwe overtreding, hem opgezocht, zijne zonde hem voor oogen gesteld, en hem gebracht tot de belijdenis: „Ik heb gezondigd!" Toen kwam het woord des Ileeren tot hem: „De Heere heeft ook uwe zonde weggenomen, gij zult niet sterven"; en hoe dit woord gevallen is in zijne ziel, leert ons zijne betuiging: „Ik zeide: ik zal belijdenis van mijne overtredingen doen voor

Sluiten