Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze kracht is niets volbracht, wij zijn alras \ètloren ! Al ons werk, al onze arbeid, al ons zwoegen en slaven volgens ons overleg, naar onze wijsheid, is niet anders dan zaaien in het vleesch! Daarbij is toch geene ware blijdschap in de ziel, geen vrede, geen zegen en dus ook geen bloei. Wij denken gewoonlijk, dat slechts datgene verkeerd is, wat het merkteeken der ongerechtigheid aan het voorhoofd draagt, — daar is echter veel meer, dat wel uiterlijk goed en vroom schijnt en nochtans niet bevorderlijk is aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk of het welzijn der Kerke Gods, omdat Gods Naam en eer er niet door wordt beoogd, niet Gods werken worden verheerlijkt, maar eigen eer wordt gezocht en de mensch op den troon wordt geheven. Wat baat alle eigen werk, al is het naar het uitwendige in overeenstemming mot de letter der Goddelyke Wet, als er toch geen leven uit God is en alles den dood ademt. Het is voorzeker goed en noodzakelijk, dat de leeraars ijverig zijn in het uitoefenen hunner ambtsplichten, en dat de Gemeente de bedehuizen vult en de kinderen ter catechisatie zendt, maar daarmee is nog niet alles gezegd. A.ls toch een leer-

O O O

aar zijnen arbeid verricht, omdat het nu eenmaal tot zijn ambt behoort te prediken, de jeugd te onderwijzen, de kranken te bezoeken, — en als de Gemeente prediking en onderricht bijwoont, omdat het nu eenmaal orde is, ach, dan blijft bij dat alles toch de dood ; daardoor wordt geen zegen gebracht. Indien er dan toch nog zegen wordt gezien en het

Sluiten