Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunnen God. Zoo staat er geschreven : „De Heere heeft een welgevallen aan Zijn volk, Hij zal den zachtmoedige versieren met heil." (Ps. 149 : 4.)

Op dat welbehagen des Heeren heeft David het oog, — dat welbehagen, die eeuwige genade en barmhartigheid Gods in Jesus Christus is de eenige grond, waarop de Iieere Zion gemaakt heeft tot Zijne stad. Hij heeft toch, toen Hij Zion verkoor, geene waardigheid bij haar gezocht, maar heeft haar genomen zooals zij was, met al hare zonden en schulden, en heeft haar uit vrij erbarmen begiftigd met Zijn heil. Dat welbehagen is toch een eeuwig welbehagen, dat, juist wijl het niet afhankelijk is van Zions waardigheid, ook niet te niet gedaan kan worden door zonde en verkeerdheid. Zijnen Christus ziet God aan, en daar heeft Hij een hart vol genade, om in den weg van gerechtigheid Zijn volk te verlossen uit alle banden, uit allen nood van zonde, duivel, wereld en dood, en hetzelve heerlijk te stellen.

Dat gelooft David door den Heiligen Geest, — daarom grijpt hij dat welbehagen des Heeren aan en bidt, dat de Heere, aan dat genadig welbehagen gedachtig, met Zijn volk niet zal doen naar hunne zonde, maar naar den rijkdom Zijner barmhartigheid.

Dit is de eenige grond, waarop ook wij kunnen pleiten voor den troon Gods; want, schoon voorzeker de Heilige Geest waarachtig berouw werkt, een haten en vlieden van de zonde en lust tot alle gerechtigheid, wij kunnen ons daarop niet beroepen voor God! wat baat ons dat alles bij de herinne-

Sluiten