Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keeren. Bij Fransehen, Duitschers, Engelschen is de zuiging van het eigen volksleven zoo groot, dat hetgeen daarbuiten ligt slechts verflauwden indruk maakt. Wij Nederlanders, gelijk de scandinavische volken, laten veel sterker wat in de wereld alom gebeurt en gedacht wordt op ons werken. Dit is een zwakheid, maar ook een kracht. Om over de richtingen onzer eeuw te spreken gevoelen wij ons ruim zoo zeer bevoegd dan onze groote naburen.

Zwaarder weegt de tweede bedenking, welke de moeilijkheid betreft om met den onzichtbaren achtergrond der verschijnselen, met den geest der verschillende groepen wezenlijk in aanraking te komen, den dieperen zin der vragen te vatten. Wanneer wij nagaan hoeveel ons ontsnapt zelfs in den beperkten kring waartoe wij behooren: wat weten wij dan eigenlijk van wat daarbuiten ligt ? Hoe weinig kennen wij Protestanten van Katholieken en omgekeerd ; hoe weinig doorgronden de „bourgeois" het gevoel dat socialisten bezielt! De ontmoetingen zijn schaarsch en blijven op de oppervlakte. Hoe kan men dan spreken over geestelijke kringen in wier lucht men niet heeft geademd ? Het Christendom verkondigt met nadruk: niemand kan over de waarheid en waarde van het geloof oordeelen die het niet heeft beleefd. In het bekende werkje over de Jezuïeten zegt de Ravignpm van hun geestelijke oefeningen hetzelfde: men kent ze niet zonder ze te hebben in praktijk gebracht1). De meeste richtingen zullen iets soortgelijks verklaren: wij worden alleen door ervaring gekend. E e n a n heeft dezen maatstaf gewijzigd: niet meer: men moet in een beweging leven om ze te kennen, maar: men moet er in geleefd hebben en er los van geworden zijn. Evenwel schijnt bij het een, zoowel als bij het ander, het recht te vervallen om over zoovele stelsels en richtingen waar men buiten staat zijn meening te zeggen.

Toch zal ik het hier beproeven, gelijk ten slotte een ieder het beproeft. Met dat ik den boven gestelden eisch zou wraken; integendeel moet hij ons steeds voor den

1) Ik zinspeel op het Taak herdrukte werkje van le père deRavignan: de l'existence et de 1'institut des Jésuites (de 10e druk is Tan 1901).

Sluiten