Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60stc Vr. Kunnen zij, die tot God bekeerd zijn de

Wet volkomen houden ?

Antw. God leidt mij door Zijne genade in Zijne geboden, tot welke ook mijn hart genegen is, zoodat ik niet alleen naar oenige geboden, maar naar al den wille Gods lust heb te wandelen. Wat God door mij doet, neemt Hij aan voor goed; maar ik blijf ondertusschen een zondaar en onvolmaakt in al mijn doen. 61ste Vr. Hoe legt gij het dan aan, om naar Gods

wil te wandelen ?

Antw. Ik bid tot Hem in al mijne nooden en bij al liet gevoel mijner onbekwaamheid.

ggste Vr. Mag men de Heiligen of de Moeder Gods

aanbidden ?

Antw. Neen; want God alléén kan ons helpen als een almachtig God, en wil ons helpen als een genadige, trouwe Vader, om den wille van Jesus Christus. De zoogenaamde „heiligen " waren zondaars, evenals wij, en weten van ons niet. Vergelijk Jes. 63 . 18 : „Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet. Gij, o Heere ! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. En de zoogenaamde „moeder Gods of „koningin des hemels" staat reeds als een afgod bekend bij Jeremia

(Hoofdst. 44.)

63sle Vr. In wiens naam moeten wij tot God bidden ? Antw. In den Naam van Jesus, Joh. 16: 23:

Sluiten