Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede fractie der „bezwaarden" was door nauwer banden gebonden aan de officieele instelling voor Hooger Onderwijs. Het was die breede stroom der Schrift-geloovige protestanten, die opgevoed waren in de aloude gereformeerde traditiën, zooals ze die van de geloovige vaderen hadden overgeërfd, maar liet daarmee niet recht meer konden vinden. Wèl stelden ze op den alouden gedachtenkring tot op zekere hoogte prijs, wèl wenschten ze vast te houden aan de belijdenis der Heilige Schrift, wèl bleef er onbewust zoodra het op formuleeren aankwam nog heel wat van het oude stempel-merk achter, maar toch — men wilde „met zijn tijd meegaan". Deels werd door methodistische invloeden van over zee min scherp tegenover „de wereld" partij gekozen als dat door de Gereformeerde vaderen gedaan was en stelde men door methodistische „werkheiligheid" en practicisme op scherp omlijnde confessie min prijs. Voor een deel was van over de Oostergrens, van Kant over Schleiermacher, een stel gedachten binnen gedragen, dat, lijnrecht zich plaatsend tegenover het theocentrisch standpunt der vaderen, nu van uit de religieuse beseffen de religie op ging bouwen, en door de eigenaardige verhouding, waarin bij Kant het „theoretische" deel zijner wijsbegeerte stond tegenover het „practische", eveneens tegenover „de wereld" gansch andere positie koos, dan de aloude Gereformeerde belijdenis. Voeg daarbij de uit dezelfde oorzaak voortspruitende indifferentie voor de conflicten tusschen paganistische wetenschap en het geloof in de Heilige Schrift, stoelend op de valsche verhouding, door Kant gelegd tusschen gelooven en weten, en het blijft niet langer onverklaard, hoe bij deze groep de bezwaren nog het lichtst wogen. Die bezwaren werden daarom niet weggecijferd. De lieerschende toon in den Universitairen kring was deze groep alles

Sluiten