Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel althans eenigszins te bereiken. Rome, slingerend tusschen den wenseh naar een eigen Universiteit en naar „aanvullende" katheders, richtte één zoodanige op te Amsterdam voor de indenking en het onderwijs harer wijsgeerige levensbeschouwing. Maar op alle deze surrogaten bleef het groote bezwaar drukken, natuurlijk vooreerst van de kosten, maar dan ook vooral van de ongelijkheid voor de wet, wat betreft de geldigheid in staat en maatschappij van de verleende graden.

Bij koninklijk besluit van 11 Maart j.1. dan werd een wetsontwerp ingediend om de geldende Hooger-Onderwijs-wet te herzien en aan te vullen. Vooreerst werd voorgesteld, van de Polytechnische School te Delft een technische Hoogeschool te maken. Dan werden de geldende bepalingen op het gymnasiaal onderwijs veranderd ten deele en ten deele nieuwe daarbij gemaakt. En eindelijk werd voorgesteld om aan bijzondere Universiteiten en bijzondere professoren onder zekere voorwaarden en waarborgen het recht te verleenen, graden uit te geven, geheel dan of ten deele, met dezelfde rechtsgevolgen, thans klevende aan die door publieke Universiteiten en publieke hoogleeraren toegekend.

Het is over dit laatste punt, dat ik in de volgende bladzijden enkele opmerkingen wensch te maken. De polemiek in de pers, met name de doorwrochte stukken in het Handelsblad van Q. N., wier stijl en inhoud de onderteekening volkomen rechtvaardigen, gaven mij aanleiding, in een kort vlugschrift nog eens deze zaak ietwat grondiger te bespreken, dan zulks bij uitteraard meer vluchtige dagblad-artikels mogelijk is, althans voor bladen als waarover onze Calvinistische pers beschikt. Ik doe dat dan in dezen vorm dat ik eerst thetisch uiteenzet hoe het mijns inziens met de hoofdzaak gelegen is, om dan nog enkele detail-punten en opgeworpen

Sluiten