Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altoos in eiken stand en kring der maatschappij van die scherp gestempelde individualiteiten, die zich krachtens hun eigen geprononceerden aanleg, die alleen de hunne is, een overtuiging vormen en een weg banen, om voor hun volk nieuwe paden te openen. Dit is echter hooge uitzondering. Gewoonlijk komt elk geestelijk leidsman van het gewone soort uit den kring, waarbij hij later een leidende positie zal innemen, en brengt met zich in kiem den aanleg en de levensovertuiging, die in dien kring de toongevende is. Roomsche leidslieden komen gewoonlijk niet uit Calvinistische huisgezinnen en liberale kopstukken zijn gewoonlijk geen uitgegroeide spruiten van katholieken stam. Het komt voor, maar het is uitzondering. En met den regel hebben wij hier te doen, want scholen, ook „Hoogere", worden opgericht voor het gros, en niet voor eenlingen.

Een gewoon student komt dus ter Universiteit, krachtens zijn afkomst behept met een klankbodem" van één bepaald soort, aanvankelijk gecultiveerd onder den invloed der in zijn kring heerschende levensbeschouwing. Nu staat hij aan den grens van den mannelijken leeftijd. Hij is „in nuce" Katholiek, Calvinist of „liberaal", om nu maar bij ons land te blijven. Wat zoekt hij aan de Universiteit? Twee dingen. Vooreerst: de wetenschappelijke uitwerking van zijn „in nuce" beleden levensbeschouwing. Die levensbeschouwing is erts. Hoe reëel door sympathie hem op de ziel gebonden, hij kan er zoo niet mee werken. Dat erts wordt omgesmeed tot zwaard en spies. Die beseffen moeten omgezet in logischdiscursieve formules. Hij moet zich tevens rekenschap geven van wat hij denkt en waarom hij het denkt. Hij moet de consequentie's voor het later leven inzien. Hij moet kennis nemen van de verschillende wetenschappelijke stellingen,

Sluiten