Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ouders om, conform hunne beginselen, hun kinderen te doen onderwijzen.

Toetst men nu niet, als Q. N., aan de letter, maar aan de aperte en historische bedoeling der Grondwet de argumentatie des Ministers, dan blijkt, hoe steekhoudend diens betoog van uit het contact met den toetssteen te voorschijn komt. Dan ziet men, hoe de erkentenis van dat recht, hun kinderen te doen opvoeden, ook in hoogste instantie, naar de beginselen, die hen vóór en boven alles gaan, eerst voor het lager en toen voor het middelbaar en gymnasiaal Onderwijs allengs meer en meer een gemeene rechtsovertuiging der natie zijn geworden. De strijd ten dezen is een langdurige en moeilijke geweest, maar de overwinning is voor ons volksleven ook een evenement van groote beteekenis. De verandering van standpunt in dezen aan de overzijde voltrekt zich zienderoogen hoe langer hoe meer, zelfs bij geprononceerde partijmannen. Er heeft hier een omzetting van rechtsovertuiging plaats gehad, die doet zien, hoeveel bij volgehouden geestelijken strijd is te verkrijgen. Thans verschanst zich het oude dogma nog in zijn laatste schuilhoek, het Universitair Onderwijs. Ook die verschansing zal vallen. Maar ook dat zal strijd kosten. Doch dat is minder. Alleen had ik den heer Q. N. liever niet als aanvoerder in den kamp gezien. Te meer niet, nu ook op dit terrein zoo gansch andere tonen weerklonken. De brochure van Prof. Holwerda, „Vaderland" en „Sociaal Weekblad". En in mindere mate de groote pers der overzijde in 't algemeen.

Alvorens ik verder ga met het bestoken der kleinere bastions van Q. N., moet ik even een kort woord wisselen met den geachten schrijver van de Hooger-Onderwijs-artikelen in ,,de Nederlander" (nummers 2965, 2967, 2969 en 2971,

Sluiten