Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer willen zijn, dan een onderkoning, die ijverig is alleen om de strenge bevelen van zijn heer uit te voeren over het volk. Waarom het dan ook van Salomo in dagen van opgewekte godsvrucht heette, dat hij verkoren was om te'zitten „op den stoel des Koninkrijks des Heeren over Israël." (1 Kron. 28 : 5) En in 1 Kron. 29 : 23 wordt gezegd: „alzoo zat Salomo op den troon des Heeren."

En, rijk in zijn God en Koning in het midden van Israël wonende in zijn tempel, jubelde de vrome Israeliet: „De Heere .heeft /Aon verkoren, Hij heeft het begeerd tot zijn woonplaats, zeggende: dit is mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb haar begeerd." (Ps. 132 : 13, 14), En in Ps. 46 : 5, 6 klinkt het u heerlijk tegen: „De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten ! God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond! ' En hoor hoe de jubel zich nog hooger verheft: „De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt! De Heere der heirscharen is met ons ; de God van Jacob is ons een hoog vertrek!'' Ja! luister hoe de vrome Israeliet, zich veilig gevoelende dewijl God te midden van Zijn volk in zijn tempel woonde, tegenover de God en Zijn volk Israël vijandige machten der wereld, kon uitroepen : „Waarom springt gij óp, gij bultige bergen ? Dézen berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er de Heere wonen in eeuwigheid!"

Op die wijze is de Heere evenwel niet te midden van Zijn Kerk, te midden van Zijn volk b 1 ij v e n wonen. Maar toch hebben wij leden van de Kerk in een andere gedaante, in dezen geen mindere voorrechten. Van den tweeden tempel te Jeruzalem, die in uitwendige heerlijkheid minder was dan de eerste, was gezegd : ,,De heerlijkheid van dit laatste huis zal grooter worden dan van het eerste." Want in dezen laatsten tempel zou de Heere verschijnen, zooals Hij in den vorigen tempel nimmer verschenen was. Zie, in dagen toen dat „laatste huis" nog stond, woonde de Heere nog op nadere en op gemeenzamer wijze onder Zijn volk, dan in die vorige dagen toen de Heere zijne heerlijkheid in den tempel somtijds openbaarde in een wolk. (Kantteekening op 1 Kon. 8 : 11.) Want in die latere dagen vertoonde Hij zich in de naar

Sluiten