Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bizonder sterke mate, want de Kerk is de tempel, het huis, de woonstede des Allerhoogsten; zij is het volk Gods, de schaar van de kinderen des Heeren. En de Heere God heeft zich aan dit volk, dit volk Zijner erve, zoo innig verbonden dat de naam van Bruid des Heeren nog niet voldoende die innige gemeenschap uitdrukt, zoodat er zelfs gezegd wordt dat de Gemeente is Zijne „vervulling en Zijn „lichaam". En er wordt gesproken van de „rankendie aan Hem, den levenden wijnstok, u i t groeien!

Hieruit volgt met zekerheid hetgeen wij boven reeds vonden, dat n. 1. buiten de Kerk de Heere niet is, niet n. 1. in zijn zaligmakende zondaarsliefde, maar dat Hij alleen daar zich zeiven in deze zijne liefde schenkt en doet genieten. Wie zalig wil worden,

dient daarom tot de Kerk te komen.

Deze diepe waarheid, natuurlijk niet in Roomschen zin verstaan, wordt heerlijk uitgedrukt door die woorden die te vinden zijn in de profeten Joël en Obadja: „Op den berg Zion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn." In Gal. 4 : 26 lezen wij in overeenstemming hiermede, dat ,,het Jeruzalem dat boven is," is „onzer aller m o eder." (Calvijn, Institutie IV 1 :1) (De uitdrukking in Gal. 4: 2(3 „dat boven is" doelt er op, dat „boven" het tehuis is van de Kerk, alwaar ook reeds een groot gedeelte van haar zich veilig en we bevindt, en alwaar óók, voor zoover zij nog op deze aarde is, haar „wandel" is. Fil. 3 : 20.) En in Jez. 2 : 2, 3 vinden wij er deze treffende beschrijving v an : »En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het Huis des Heeren zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des Heeren, tot het Huis van den God Jacobs, opdat Hij ons leere van Zijne wegen, en dat wij wandelen in Zijne paden : want uit Zion zal de wet uitgaan, en des Heeren woord uit Jeruzalem."

Doch zoo gevoelen wij datgene wat de Kerk is voor degenen die zalig worden, nog niet voldoende. H o e is zij de moeder harer kinderen, harer leden? Hoe brengt zij haar kinderen voort? En hoe voedt zij en niemand anders, hen op, totdat de hemelzalen zich voor hen ontsluiten?

Sluiten