Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan ware kennis en inzicht der waarheid Gods bezitten, is het niet in den grond te danken aan den arbeid der Kerk, aan de Christenheid gedurende den loop der tijden verricht ? Wie heeftde groote Christelijke grond- en heilswaarheden, in den vorm waarin zij nóg door de beminnaars van een positief Christendom in den tegenwoordigen tijd over het algemeen het meest gekend en omhelsd worden, in den loop der eeuwen uit de Schrift opgedolven, vastgesteld en aan de Christelijke wereld onderwezen? Wie anders, dan de Kerk, wier taak en dure roeping het ook was van 's Heeren wege, door de dienaren die God haar schenkt! De Kerk is het, die het Woord Gods, — uitgangspunt door den H. Geest niet alleen van het gansche Christendom, maar ook van een machtige Christelijke beschaving, — moet verkondigen en onderwijzen, en moet verdedigen, vervuld door den Geest liaars Gods — bij en voor een ieder en een iegelijk. Niet, dat niet een ieder tot zekere hoogte dit alles behoort te doen en mag doen, waar God gelegenheid en kracht geeft. Maar gelijk ieder persoon en iedere kring zijn eigen speciale taak heeft in dit leven, zoo is dit alles de speciale taak der Kerk in deze wereld, waarin ook een ieder haar behoort te ontzien en te eeren. Want niet alleen van de Oud-testamentische Kerk is het waar, dat haar „de woorden Gods zijn toebetrouwd", maar ook van de Nieuw-testamentische Kerk. Want wie zou tot dit alles wat wij noemden het meest geschikt en het meest aangewezen zijn, dan z ij, de Kerk, wier God en Vader zelf het is, die in dit Woord spreekt, — dan z ij, de Kerk, tot wie dit Woord, deze brief des hemels, in het bizonder, en in de eerste plaats, gericht was, — dan z ij, de Kerk, welke den Geest, die dat Woord ingaf, heeft in haar wonende! En het betaamt ons daarom ook niet, dat „toebetrouwd" al te eng op te vatten. Gelijk ook 1 Tim. 3:15 geleerd wordt, dat de Kerk is „een pilaar en vastigheid der waarhei d." Een pilaar en vastigheid alzoo niet maar van „de woorden Gods" elk dier woorden op zich zelf genomen, maar ook van de w a a rh e i d, die Gods Geest haar al meer en meer uit die woorden doet kennen. (Zie hier ook : Jez. 2 : 2 en 3.)

Daarom is zoo dwaas wie op zich zelf wil gaan staan, en den steun van het lichaam, van het geheel versmaad. Zoo iemand staat zoo ontzettend zwak! Indien ook iemand in het uitleggen en onderwijzen van de waarheid Gods, het onderwijs en de leiding der

Sluiten