Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in weerwil van alle duisternis die haar hier nog bekampt, evenwel niet van haar zal genomen worden ? Waar is dat veilig baken in zee, die pilaar en vastigheid der hemelsche waarheid, te midden van zoovele en duistere stemmen, door welke henen wij voortwandelen, en die ons haar eenige leiding zoozeer doen behoeven ? Want haar is het Woord, haar is de waarheid Gods „toebetrouwd'' en bij wie zullen wij dat Woord, die waarheid alzoo beter kunnen leeren verstaan en liefhebben !

Wat is dan nu het wezen dier heerlijke en voor ons en voor een ieder zoo begeerlijke Kerk onzes Gods ?

De Kerk, of om ons bij het taalgebruik der Staten-vertaling nog eens aan te sluiten: de Gemeente, is: het volk Gods, de geloovigen te zam e n of anders gezegd : de vergadering der geloovigen. Maar dan dit woord „vergadering" zóó opgevat, dat de geloovigen te zamen ook dan er door aangeduid worden, wanneer zij niet te zamen vergaderd zijn. Men zou alzoo als het goed verstaan wordt, ook kunnen zeggen dat de Gemeente of de Kerk is de gemeenschap der geloovigen.

Daar nu evenwel de Kerk of Gemeente in verschillende kringen of groepen van geloovigen uiteenvalt, die om verschillende redenen ver van elkander verwijderd zijn, zoo is het leven der éénc Kerk, — die maar één lichaam is, en die alzoo in Christus en in beginsel het ééne zelfde leven in al zijn deelen en in alle eeuwen deelachtig is, — toch in de praktijk en in de uitoefening of openbaring, tot zekere hoogte een gedeeld leven. Wat het gedeelte der Kerk betreft dat op deze aarde leeft, kan het dierbare en geestelijke leven hetwelk zij in Christus haar Heere en Hoofd leeft, in Zijn eenheid het best tot zijn recht komen, in zulke deelen die bepaald worden door de grenzen van één zelfde stad, dorp of burgerlijke gemeente. Vandaar wordt aan het geheel der binnen éénzelfde plaats, stad of dorp wonende geloovigen, de naam en de positie van de Kerk of de Gemeente des Heercn in zulk een plaats, geschonken.

In groots steden het geheel der geloovigen dat aldaar zich bevindt, in zulke deelen die elk in eenzelfde wijk bijeenwonen, te splitsen, om dan elk dier gedeelten met den naam en de positie van „de Kerk" van eigen wijk, te voorzien,— daarin gaat ons de H. Schrift niet voor. Immers het leven der Kerk,

Sluiten