Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij zoekt toch als oprecht geloovige twee zaken: gij zoekt Christus en gij zoekt Zijn Lichaam. Want van beiden gevoelt gij u een lid. Met beiden hebt gij op het innigst van doen tot in alle eeuwigheid! En beiden zoekt gij, omdat gij Christus liefhebt. Ook het Lichaam of de Kerk! En dit, omdat Christus u door Zijn Kerk heen, met Woord en Sacramenten voorzien, leidt en zegent, — maar ook omdat nu eenmaal na Christus die Kerk, die Bruid van uw Christus, het hoogste uwer blijdschap is! En ook omdat elk lid als zoodanig zoekt zijn lichaam, in het welk het zich alleen thuis gevoelt en in hetwelk het volle leven bruist, dat aan het lid eigen is! Uit dien drang, dien verklaarbaren geestelijken drang in uw Christelijk gemoed, naar het Lichaam in zijn openbaring, ontstaat nu, geleid door de onderwijzingen en regelen van Gods Woord in deze, het gansche kerkelijke streven.

En daarom, de vergadering waar dat zuivere kerkelijke streven, dat de Kerk, of het Lichaam zoekt en omvat, niet voorzit, is geen eigenlijke Kerk, —- is slechts een sectarische uit menschelijk willen voortgekomen verzameling, — tot godsdienstige doeleinden misschien, maar geen ware of zuivere Kerk.

En hieruit wordt dan ook duidelijk, waaraan het peil van gezondheid van uw k e r k e 1 ij k leven in deze moet gekeild worden; of anders gezegd: waaraan men het kan weten in hoever uw „Kerk waarlijk Kerk is, — hóéveel gebrek ook overigens nog in uw kerkelijke p r a k t ij k of kerkelijke handelingen mocht te vinden zijn. Het is toch in elk geval de eerste vraag of de w o rtel van ons zijn, van ons bestaan als „Kerk" goed is. Of anders gezegd: of de wortel waarop onze „Kerk" stoelt en leeft goed is, d. i. of die wortel wel zuiver k e r k e 1 ij k is.

Bij allen strijd, bij alle verwarring en streven dat zich somtijds in ons kerkelijk leven voordoet, zij men toch b o v e n al en eerst bezorgd, dat men de Kerk behoude, en dat men zich niet van den broeder afsluite, want gij kunt in uw kerkelijk leven den broeder niet missen, en gij zijt zonder hem als Kerk niet volmaakt. Want dit is in de eerste plaats noodig, zal ons kerkelijk leven e e n i g e waardij als zoodanig behouden : dat onze kerkelijke kring waarlijk het kerkelijk karakter bezitte en behoude. Dan, als gij waarlijk Kerk zijt, dan kunt gij ook waarlijk als Kerk optreden en strijden en arbeiden.

Sluiten