Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden van hare leden, in het één lichaam -— zijn, komt de Kerk eerst uit. En hoe meer tot dit doel genaderd wordt, hoe meer gij de Kerk nadert, en haar eere aanschouwt! Alleen, een zoeken van eenheid daar, waar dit tegen het belang der zuivere waarheid Gods zou wezen, dat is niet een waar kerkelijk streven. Want zulk een streven verloochent óók de Kerk in haar aard en wezen.

De Ineensmelting is derhalve natuurlijk en noodzakelijk niet alleen uit broederliefde, maar ook om der Kerke wil. Om der Kerke wil! Om namelijk toch tot die Kerk te mogen komen, — opdat wij toch niet meer dan onvermijdelijk is, den glans harer heerlijkheid derven, in dit geestelijk zoo arme, aardsche leven!

Alzoo, wij zoeken door de Ineensmelting de Kerk nader te te komen, en dit tot onze meerdere verrijking, en tot sterkte en vaster en zekerder leiding in dit leven, in den strijd, waartoe wij geroepen zijn. Oók om des te beter en veiliger schuilplaats en vastigheid te bereiden of te doen vinden in dit ondermaansche, voor de zuivere waarheid onzes Gods, die ons dierbaarder is dan dit leven.

Noodzakelijk is de Ineensmelting en de Eenheid overal waar die op het kerkelijk terrein tegengestaan wordt, om de K e r k, zeiden wij. N. 1. opdat zij meer uitkom e, dan in deze latere tijden tot nu toe in deze landen het geval was. Doch ook noodzakelijk om het ambt, in hetwelk de Heere de Herders Zijner Kerk heeft gesteld. Noodzakelijk ook hierom! Want, — is het werk der herders: het verstrooien der kudde, of ook het berusten in het verdeeldzijn der kudde onderling? Of, is het het natuurlijke en eigen werk der herders: de kudde zorgvuldig bijeen te houden en bijeen te leiden? Of is het groote doel van allen arbeid aan de leden niet: de bouw van het geheel, van het Huis, van de Kerk, waarvan zij leden zijn en moeten zijn? En het is immers noodig, dat elk der herders in al zijn arbeid dat groote einddoel wél in het oog houde, opdat wij niet bevonden worden te arbeiden in de zaak des II e e r e n naar onze meening en op onze eigen hand!

Moge bij een indenken van dit alles, de natuurlijkheid der Ineensmelting zóó op een ieders ziel gaan wegen, dat niemand het

Sluiten