Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtelijke beginselen kunnen helpen en zoo neen, of en in hoeverre ze dan van elders — en van waar dan ? — moeten worden aangevuld, en hoe dat alles dan moet geschieden, het zal onder de oogen moeten worden gezien.

Ik kom aan het recht van eigendom. Als één deel van ons privaatrecht, zooals dat ook in ons Burgerlijk Wetboek is geregeld in allerlei gradatie kritiek heeft uitgelokt is het wel dit gedeelte. Van Proudhon tot Adolph Wagner zijn allen het hierover eens, dat onze moderne eigendomsregeling niet deugt. Één uniform recht, dat naar zijn wezen de volstrekte heerschappij over de zaak, welke die ook zij, verleent en alle beperking van dat recht tot exceptie gestempeld met dat wezen zelf in strijd, zoo ongeveer kent ons privaatrecht dit instituut. Daartegenover plaatst zich het socialisme in al zijn verschillende nuances, die slechts aan de gemeenschap het eigendom willen zien toegekend van alle productie-middelen en den enkele daarop slechts beperkte rechten willen verleenen. Tegen de gelijkstelling van alle zaken tegenover het recht van eigendom komen velen in verzet; zij willen, dat streng zal worden onderscheiden tusschen grondeigendom en alle ander, en in dat grondeigendom weer tusschen plattelands- en stedelijk bezit, tusschen mijnen en huizen, tusschen water en wegen. Men verlangt uitbreiding der andere zakelijke rechten. Men wil het hypotheek-recht gewijzigd zien zöö, dat den schuldenaar althans een „Heimstatte" gewaarborgd wordt in denzelfden geest als executie en beslag op roerende productie-middelen zijn beperkt. Kortom heel een reeks van grieven, die varieeren van Proudhons bekende disqualificatie tot een geringe uitbreiding der geldende beperkingen ten bate van het plaatselijk verkeer 1), maar die

1) Cf. de Arresten van den Hoogen Raad van 24 Deo. 1902 W. 7849 en

Sluiten