Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het vermogen van het gezin niet moet uit elkander gaan, voor dat gezin zelf op natuurlijke wijze geheel is opgelost. Van ander standpunt wijst men er op, dat zij, die bijdroegen tot het tot standkomen van het gezinsvermogen aan dat feit billijke aanspraken ontleenen om mee te erven, en in dit verband wordt dan vooral staatserfrecht bepleit. Op uitsluiting van die verwijderde verwanten, die feitelijk in het maatschappelijk leven zich niet meer als verwanten verhouden, wordt vrij algemeen aangedrongen. Zoo strijden ook hier de bloedverwantschaps-, de sociale-, de verdienstelijkheidsen de nuttig-gebruiks-theorie om den invloed. Problemen alzoo, die door onze juristen zullen moeten worden bezien 1).

Dat het in het obligatie-recht niet beter is gesteld dan in het familie- en zakenrecht, is te verwachten. Het Romeinschrechtelijk beginsel, dat het wezen der verbintenis zoekt in de wederzijdsche wilsverklaring van twee vrije individuen vindt vooral van sociaal gezinde zijde tegenspraak. Het vraagstuk van wil of vertrouwen, door de toenemende verandering in het verkeer gesteld, is haast reeds weder verouderd. Of de zoogenaamde abstracte overeenkomst een verbintenis moet scheppen zonder dat naar de materieele oorzaak mag worden gevraagd, blijft nog steeds aan de orde, en wie de hier gestelde vraag ontkennend beantwoorden, doen dit met een beroep op hun beter inzicht in de sociale behoeften van het leven. Scherp is de kritiek vooral geweest in dit opzicht, dat men dwingende bepalingen wenscht ten bate der sociaal zwakkere partij bij tal van overeenkomsten, zoo met name voor het arbeidscontract. Ons dienstbodenrecht geniet

1) Buiten de aangehaalde werken van G-ierke zie men de socialistische geschriften en de artikelen van Mr. Treub in de Vragen des Tijds van 1891 en van Mr. Limburg in het Rechtsgeleerd Magazijn van 1902.

Sluiten