Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde van den Staat. Gierke schreef liet terecht, dat het 't Christendom is, dat de onvergelijkelijke en onvergankelijke waarde van een zedelijke souvereine rechtssfeer voor den enkelen mensch heeft veroverd. En dat nergens zoo als in het Christendom ruimte is en waarborg tevens voor den socialen trek in ons menschelijk leven, betuigt het U niet dag aan dag het beroep van den vijand zelf juist op het sociale karakter van dat Christendom, dat ook op het terrein der geopenbaarde waarheid zelf door Gereformeerde en Roomsche kenners dier beginselen om het zeerst wordt op den voorgrond gesteld? Is het niet teekenend, dat de Christus toen Hij den jongeren op hun vraag, hoe ze bidden móesten, het „Onze Vader" op de lippen legde, Zelf in het plurale van dat possessivum liet menschelijk pleit bij den Vader deed aanvangen met de belijdenis van ons aller eenheid ? Of wilt Ge het nog dieper opgevat, zou dan de richtige verhouding tusschen den enkele en de samenleving ergens anders te vinden zijn, dan in de kracht van die beginselen, die als allereerste, allerhoogste uitgangspunt stellen de belijdenis van één Eenig en Drie-eenig God, Die in Zijn eigen heilige wezen de vlekkelooze verhouding bezit der eenheid en veelheid, en Die naar dat archetype de menschheid schiep en ontplooide ?

Welaan dan, gaan wij door dat geloof bezield, dan ook deze problemen tegemoet. Het is geen arbeid van één man en één geslacht, maar het is een noest voortbouwen aan eenzelfde taak. Dat kan alleen geschieden als al die arbeiders, bij persoonlijk uiteenloopen, in die beginselen één zijn. Maar mits we zoo onze taak opvatten, is de toekomst schoon. We leven in een bewogen tijd, maar die daarom zoo bij uitstek geschikt is om ons leven te bezielen met dien heiligen gloed, die over al de futiliteiten van den dag heen heft, die ons

Sluiten