Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indeed, but was considered by the early Church to refer to the secret teachings" (blz. 46, 47).

Na het boven gezegde zal het ieder duidelijk zijn, dat, behalve het algemeene voorschrift, waarvan zij zelve spreekt, hier niets anders gegeven wordt dan eene onderscheiding tusschen wedergeborenen en niot-wedergeborenen. Het duidelijkst blijkt dit uit de woorden „gegeven" (óéöoiai) en „die buiten zijn" (ioïg £fw). — „Gegeven" wijst op de bovennatuurlijke gave der wedergeboorte, zooals vooral uit vergelijking met Joh. 327 : „Een mensch kan geen ding aannemen, zoo het hem uit den hemel niet gegeven zij" en Joh. 665: „Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijnen Vader" kan blijken. Precies dezelfde term wordt daar gebruikt. — „Die buiten zijn" wijst op de Joden, die geen Christenen waren of wilden worden. Allerminst dus op belijders van eenzelfden godsdienst, waarvan sommigen ook de esoterische doch de meesten alleen de exoterische zijde kennen, — doch op degenen die als onwedergeboren geheel buiten het Christendom staan. Het gaat niet om meer of minder naar binnen, doch om buiten of binnen.

Wat verder over de namen „het koninkrijk Gods" of „der hemelen", „het smalle pad", „wedergeboorte" enz. gezegd wordt, komt alles op hetzelfde neer: de verwarring van wedergeboren of onwedergeboren, en dus: Christen of niet — met: esoterisch of exoterisch, dus: meer of min ingeleid Christen. — Qui bene distinguit, bene docet.1) Het is jammer, dat Annie Besant, die zoo keurig weet te doceeren, niet een weinig meer nauwkeurig op het onderscheiden zich heeft toegelegd en zich niet dieper in de Christeljjke beschouwing heeft ingedacht. Licht had ze deze vergissing vermeden

Thans nog een woord over nog enkele teksten.

') Wie goed onderscheidt, onderwijst goed.

Sluiten