Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat zij pantheïstisch is. Zij spreekt alleen van kwaad, van Karma, van nut.

Het Pantheïsme vernietigt niet alleen de religie, doch ook het recht. Recht toch is altijd een verhouding tusschen twee of meer bewuste, zedelijke (sensu medio) wezens. Wanneer er nu geen wezenlijk onderscheid is tusschen God en mensch, dan is er dus geen recht mogelijk, daar de tweeheid ontbreekt. Er is niets dan het Al-ééne. Als er geen God boven mij staat, wiens leven eerder dan en onafhankelijk van het mijne is, en Die, mij scheppend, daardoor recht over mij kreeg, dan is er dus geen wet of recht, waaronder ik mij buig, want de wetgever en de rechtsbron ontbreekt. Recht en wet onderstellen een extra-kosmischen God.

Daarom kent het Pantheïsme dus ook zonde noch schuld. Zonde toch is een „door en door religieus begrip"; „het duidt eene overtreding aan, niet van eene menschehjke, maar van eene Goddelijke wet; stelt den mensch in verhouding, niet tot zijne medemenschen, tot maatschappij en staat, maar tot God, den hemelschen Rechter." x) Elke zonde is in principe zonde tegen God. Maar: „God is dood", en het begrip „zonde" dus verouderd. — „Schuld" bestaat er evenmin, want deze volgt uit rechtskrenking en wetsovertreding, welke bleken niet mogelijk te zijn.

Wat de theosophie dan wèl kent? Kwaad, Karma en nut. Haar antwoord op de vraag: „Wat is goed, wat kwaad?" is niet: „wat met Gods wil overeenkomt", en vloeit dus niet uit het rechtsbeginsel voort, — maar luidt: „Goed is al wat medewerkt met de groote wet der evolutie, slecht wat de de ontwikkeling van het heelal tegenhoudt" en niet bevorderlijk is aan „de hemelvaart van het menschdom-' 2). Zij rekent

*) Bavinck, Dogmatiek III, blz. 74.

2) ïheosophia, lldeJaarg, N°. 6, Oot. 1902 ; Artikol „Goed en Kwaad'', door M. Reepmaker, blz. 357.

Sluiten