Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat Leadbeater op blz. 7 schrijft over liet „erg klein" zijn van 't verschil tussclien Arius en Atiianasius toont, dat hij waarlijk wel eenige meerdere kennis der dogmengeschiedenis mocht bezitten voor hij over zulke dingen oordeelt. Met de belijdenis der Godheid van Christus staat en valt het Christendom. Vandaar het groote belang der Niceensche beslissing, en de hevigheid van den strijd. Het ging om de levensquaestie der Christelijke Kerk. — Gelijk gemis aan kennis der dogmengeschiedenis spreekt uit de beoordeeling van het Schisma en wat daartoe aanleiding gaf (het „filioque").

Dat in het oorspronkelijke Niceensche symbool weinig over het aardsche leven en lijden van Jezus wordt gezegd is waar, doch ligt voor de hand. Gelijk steeds is ook hier de belijdenis hoofdzakelijk verweermiddel tegen de ketterij, en stippelt ten opzichte van deze de ware lijnen uit. Daarom handelt het oorspronkelijke Nicaenum uitvoerig over de eenswezendheid van den Zoon en den Vader, die tegen Arius in dispuut was, doch minder over de aardsche verschijning van den Messias, welke trouwens in het Apostolicum voldoende belijnd was. Later is de belijdenis van Nicea aangevuld uit het Jeruzalemsche doopssymbool en zoo gekomen in de gestalte, die wij thans kennen, vermoedelijk wijl men inzag, dat de uitspraken van het concilie te Nicea, doordat zij moesten dienen tegen Arius' dwalingen, te weinig symmetrisch waren om als algemeen symbool dienst te kunnen doen.

De Spielerei van „onze onderzoekers" (blz. 47) met de woorden van het Niceensch symbool kan bij den ernstigen onderzoeker, zooals Leadbeater toont te begrijpen, slechts een glimlach te voorschijn roepen. Doch welk recht heeft hij te spreken van een „corrupt en vergriekscht dialekt van dien tijd"? Wat men gaarne wil, is daarom nog geen werkelijkheid. De geheele beschouwing dezer symbolen toont, hoe men van iets alles maken kan met een flinke fantasie en een beroep op occulte kennis, welke niet te controleeren is. De

Sluiten